Opschaling van snelfietsroutes voor een duurzame, filevrije mobiliteit

De afgelopen jaren is er in diverse stedelijke regio’s een begin gemaakt met de aanleg van snelfietsroutes. Deze bieden comfortabele en snelle verbindingen voor met name e-bikes en pedelecs, gebruik makend van ‘smart’ communicatietechnologie. Hoewel de eerste investeringen redelijk succesvol zijn, met name qua planning en zichtbaarheid, is het niet eenvoudig een schaalsprong in fietsmobiliteit te maken. Hoe gaan we om met de snelle, ‘connected’ e-bike en pedelec? Hoe bevorderen we gedragsverandering, met name gericht op het bereiken van belangrijke werk-, studie en centrumlocaties? Hoe richten we de infrastructuur tussen de snelfietsroutes en eindbestemming (‘last mile’)? Hierover gaat het SURF-project van Arnoud Lagendijk (Radboud Universiteit).

‘Ons project richt zich op een mobiliteitsontwikkeling die momenteel tussen nichefase en opschaling in zit, namelijk in de ‘schaalsprong fietsmobiliteit’. Het gaat om een schaalsprong in tenminste drie opzichten,’ vertelt Lagendijk. ‘Allereerst het vergroten van de geografische afstanden waarvoor de fiets op reguliere basis kan worden gebruikt. Ten tweede een sterkere bijdrage van de fiets aan de verduurzaming van de mobiliteit. Juist ook in gebieden waar de modal split van de fiets onder druk staat, namelijk buiten de grote steden. De derde schaalsprong ligt op het terrein van governance. De verantwoordelijkheid voor de fiets verschuift van het lokale naar regionale niveau. Vanwege deze schaalsprongen is het alleen door samenwerking met een veelheid aan stakeholders mogelijk om de innovatie om te zetten in forse groei van het fietsaandeel in de mobiliteit.’



In de combinatie van techniek en infra laten de e-bike en pedelec een snelle groei zien. Lagendijk: ‘De basis voor opschaling is daarmee gelegd. Er is ambitie om in Nederland rond de 675 km snelfietsroute plus 600 km ‘kansrijke’ verbindingen te bouwen. Maar van werkelijke opschaling in termen van een fors meergebruik van de fiets en een bijdrage aan duurzame transitie en congestiebestrijding is maar beperkt sprake. Zulke opschaling vraagt om een verbetering van de fysieke infrastructuur in combinatie van het stimuleren van gedragsverandering. Het is deze opschaling die centraal staat in dit project. En die komt niet tot stand vanuit alleen de bestaande stakeholders. Naast gemeentelijke en bovengemeentelijke spelers gaat het om maatschappelijke organisaties, vertegenwoordigers van belangrijke vervoersbestemmingen, zoals werkgevers, scholen, commerciële centra, en recreatieve bestemmingen. Alleen dankzij goed inzicht in de wensen en activiteiten van stakeholders en de activiteiten van stakeholders, zullen snelfietsroutes substantieel kunnen gaan bijdragen aan een mobiliteitstransitie.’

De onderzoekers willen een integrale benadering opleveren als handvat voor trekkers van lopende en nieuwe snelfietsroute-initiatieven. Het handvat bestaat uit drie samenhangende delen:
1. Data over de succesvolle realisatie en gebruik van snelfietsroutes, met specifieke focus op de rol van ruimtelijke en institutionele condities;
2. Een benoeming van de positie, rollen en (potentiële) inzet van stakeholders in de ontwikkeling en bevordering van het gebruik van snelfietsroutes (‘stakeholdermap’), met een specificatie van de wijze waarop stakeholderbelangen, -kennis en -middelen het beste kunnen worden ingezet en geïntegreerd;
3. Een handelingsperspectief dat aangeeft hoe geschikte interventies en rollen kunnen worden ingebed in beleidsprocessen en -praktijken.

‘In ons project gebruiken we verschillende onderzoekstechnieken en zoomen we ook in op twee lokale situaties: de Nijmeegse universiteitscampus en het traject Arnhem-Dieren, momenteel in ontwikkeling. We werken toe naar een lokaal toegesneden handelingsperspectief. Onze bevindingen zullen we ook delen met andere stakeholders binnen het fietskennissysteem op nationaal niveau.’
 
DEEL: 

Agenda

Volg ons op twitter

Interviews met SURF'ers