Grond voor wonen: van aan de grond zitten tot uit de grond stampen

Nederland kent de komende vijftien jaar een grote verstedelijkingsopgave die niet alleen binnenstedelijk kan worden opgelost. Kennis over toekomstige toepassing van actief grondbeleid en verdergaande invulling van de woningbouwopgave bij faciliterend grondbeleid, geeft gemeenten handvatten voor een nieuw handelingsperspectief hoe zij dit urgente decentrale vraagstuk van voldoende woningbouw kunnen aanpakken. Hierover gaat het SURF-project van Leonie Janssen-Jansen (WUR) en Tejo Spit (UU).

Een belangrijke én urgente beleidsvraag op dit moment is hoe de komende vijftien jaar voldoende aanbod van woningen kan worden gegarandeerd. Grondbedrijven van gemeenten spelen een cruciale rol bij het aanbod van woningbouwlocaties. Via het instrument ‘actief grondbeleid’, waarbij gemeenten grondposities innemen om na het aanleggen van de openbare ruimte bouwrijpe kavels te verkopen, zijn decennialang gebieden tot ontwikkeling gebracht. Hoewel deze wijze van ontwikkelen nu ter discussie staat, komt het door de grote vraag naar woningen en de noodzaak voldoende woningaanbod te hebben, weer prominent in beeld. Gezien de recente grote verliezen bij de grondbedrijven, vraagt dit om een kritische reflectie op gemeentelijk handelen en vernieuwing van het grondbeleidsinstrumentarium, met in het bijzonder de rol en wijze van toepassen van de (residuele) grondwaardesystematiek. 

Tejo Spit (UU) licht toe: ‘Er bestaat een kennisleemte rondom de wijze waarop diverse gemeenten het grondbeleidsinstrumentarium inzetten en wat de gevolgen daarvan zijn voor de beschikbaarheid van woningbouwlocaties. Voor het toekomstige ‘voldoende’ aanbod van woningen is het van groot belang inzicht te hebben in de uitkomsten van meer voorzichtige of een meer risicovolle toepassing van het grondbeleidsinstrumentarium – actief en faciliterend. Doel is dus het krijgen van inzicht in de relatie tussen het grondbeleid – inclusief de grondwaardemethodiek en de wijze waarop het instrumentarium door middelgrote gemeenten wordt gebruikt – en de hoeveelheid beschikbare gemeentelijke woningbouwlocaties.’


Foto: WikipediaMichiel1972

Spit: ‘We gaan een survey houden onder gemeenten om in kaart te brengen hoe het grondbeleidsinstrumentarium wordt ingezet in verschillende categorieën van gemeenten: klein-middelgroot-groot. De centrale thema’s daarbij zijn de grondprijsbepaling, een actieve dan wel passieve rol, uitleg versus binnenstedelijk bouwen en risico(management) en wat daarvan de resultaten zijn met betrekking tot woningbouwopgave. Daarnaast zullen we twee vergelijkende in-depth casestudies doen in twee middelgrote gemeenten, namelijk Zwolle en ’s-Hertogenbosch. Zeliggen allebei in groeiregio’s en ze voeren allebei een actief grondbeleid, maar ze hebben een
verschillende aanpak voor grondwaardeberekening.’

De kennis die het project ontwikkelt, geeft gemeenten, en zeker stedelijke gemeenten, handvatten voor een nieuw handelingsperspectief voor hoe zij dit urgente lokale vraagstuk kunnen
aanpakken. Kennis en inzicht in de rol en betekenis van grondbeleid zal bijdragen aan het vormgeven van die woningbouwopgave. De projectgemeenten doen daarnaast vergaande kennis op het handelen van het (eigen) grondbedrijf. Spit: ‘Ook voor het Rijk en provincies zijn de resultaten van belang, omdat zij – met name provincies – een controlerende rol hebben op gemeentelijk grondbeleid en tegelijkertijd voldoende woningbouwontwikkeling nastreven. Met de resultaten van het onderzoek wordt inzicht gegeven in hoe op lokaal/regionaal niveau met het spanningsveld tussen ambities en risico’s kan worden omgegaan.’

Aan het project werken naast de WUR, de UU en de beide gemeenten ook Bureau Rekenruimte en de VNG mee.

 
DEEL: 

Agenda

Volg ons op twitter

Interviews met SURF'ers