Stand van zaken R-LINK maart 2017

In de stedelijke ontwikkelingspraktijk is momenteel veel aandacht voor zelforganiserende bottom-up initiatieven als nieuwe wijze om tot een meer duurzame, bereikbare, inclusieve en gezonde stedelijke samenleving te komen. R-LINK kijkt kritisch naar deze wensen en het mogelijk maken van deze – soms experimentele en tijdelijke – initiatieven als motor voor stedelijke ontwikkelingen. Deze incrementele ontwikkelingen – in het onderzoek Community-Linked Incremental Urban Developments (CLIUDs) genoemd – staan soms op gespannen voet met waarden zoals welvaart van bepaalde doelgroepen, rechtszekerheid, veiligheid van openbare ruimte en infrastructuur, integraliteit van plannen en beleid, en beheer.

De initiatieven hebben nu, een jaar na de start van R-Link, last van de veranderende marktomstandigheden, omdat het aantal belangstellenden voor aanvankelijk “overschietende” locaties weer stijgt. Bottom-up initiatieven concurreren met de markt in gebieden met een aantrekkende woningmarkt. R-LINK is daarmee ook een onderzoek naar de intrinsieke waarde, die door overheden en marktpartijen aan incrementele ontwikkelingen en bewonersinitiatieven wordt toegekend, en naar belemmerende en ondersteunende regelgeving en procesarchitectuur.

De huidige planprocessen, wet- en regelgeving en handelingsperspectieven worstelen met de bovenstaande conflicten en druk op de stedelijke ruimte. Wat vroeger een praktijkproces van een paar bekende actoren (overheden en ontwikkelaars) was, is nu een breed proces met meer actoren en andere spelregels. Deze complexe en dynamische interacties hebben geleid tot een zoektocht van actoren naar nieuwe rollen. Dit speelt zich af op zowel lokale als landelijke niveau in stedelijke regio’s in Nederland en in het buitenland.


Zoekend naar een nieuwe rol

R-LINK is geïnspireerd door de hoeveelheid CLIUDs in de praktijk en de gebrek aan kritische en systematische onderzoek naar het ontstaan, beheren en implementeren van de CLIUDs. Verder zet R-LINK vraagtekens bij of via deze aanpak lange termijn stedelijke ambities gediend worden. 

De centrale vraag van het onderzoek van R-LINK is dus: “Hoe kunnen strategische stedelijke ambities en maatschappelijke uitdagingen gerealiseerd worden terwijl tegelijkertijd wordt ingezet op community-linked incrementele stedelijke ontwikkeling via nieuwe allianties tussen burgers, marktpartijen en overheden?”

De verschillende deelonderzoeken richten zich op verschillende vragen.
  1. Deelproject 1 richt zich op de vragen wat CLIUDs zijn; hoe dit soort bottom-up initiatieven goed te duiden zijn om daarop in te kunnen zetten in beleid.
  2. In deelproject 2 bekijken we hoe bottom-up initiatieven te verbinden zijn aan strategische planning.
  3. De kern van deelproject 3 is de vraag hoe aan hun belangen recht wordt gedaan in de afspraken die worden gemaakt over de (her-)ontwikkeling van een gebied.
  4. In deelproject 4 wordt gekeken naar de rol van individuelen en groepen in CLIUDs met het doel om inzicht te bieden over welke rollen (en combinaties) in welke fase van een CLIUD aanwezig moeten zijn.
  5. Deelproject 5 richt zich op hoe CLIUDS kunnen worden geactiveerd en gestimuleerd. Daarnaast worden in dit deelproject alle onderzoeksresultaten samengevoegd en geïntegreerd en wordt er zorg gedragen voor verdere valorisatie en disseminatie hiervan.
  6.  In deelproject 6 staat centraal hoe businessmodellen bruikbaar gemaakt kunnen worden in een ruimtelijke context en multi-actor context en hoe zij zouden kunnen bijdragen aan het vergroten van legitimiteit van het planning- en besluitvormingsproces.

Vitale en weerbare steden

Binnen het landelijke SURF-onderzoek draagt R-LINK bij aan nieuwe inzichten op het gebied van smart urban governance en nieuwe wijzen van stedelijke gebiedsontwikkeling. Inzicht hierin is van belang voor de toekomst van vitale en weerbare steden om het onbenutte potentieel van initiatieven te laten ontplooien en daarmee de werk- en leefkwaliteit te verbeteren. Verder is uit onze eerste observaties gekomen dat niet alleen sommige steden het beter doen dan andere, maar ook dat er binnen dezelfde stedelijke regio succesvolle en minder succesvolle initiatieven zijn. We onderzoeken binnen de stedelijke regio’s Amsterdam en Groningen 14 CLIUDs-casussen zoals Marineterrein, Buiksloterham, Groene Leven Lab, Metabolic, de Ceuvel, De Boeletuin, Havenstraatterrein, Oosterwold, het Suikerunieterrein, Ebbingekwartier, Grunnerger Power, Vinkmobiel, Toentje, Tuin in de Stad, en Wijkbedrijf Helpman-De Wijert. Deze initiatieven volgen we voor vijf jaar. Ze zijn gekozen wegens de variatie in sturing (geïnitieerd door overheid, bedrijfsleven of burgers) omvang, locatie, doelen, samenstelling en thema’s (groen, voedsel, energie, mobiliteit en gebiedsontwikkeling). Daarnaast wordt internationaal vergelijkend onderzoek gedaan in de regio’s New York, Londen en Portland, OR. In elke buitenlandse case zijn gemiddeld vijf verschillende CLIUDs onderzocht om daar de processen beter te begrijpen. Er is ondertussen een R-LINK case-protocol opgesteld en getoetst; de dataverzameling is begonnen via enquêtes, semi-gestructureerde interviews en documentanalyses. In elk deelproject worden verschillende methoden toegepast die relevant zijn voor de betreffende deelvragen zoals TIPI-toets, social network analysis, q-methodology en etnografische methoden. 


Co-creatie in onderzoek

Samen met het consortium van praktijkpartners vanuit de overheid (gemeente Amsterdam, gemeente Groningen, AMeC, PMB), bedrijfsleven (Antea Groep, Rijckenberg Advies en Onderzoek) en de 14 initiatieven zijn de vragen en kaders voor het R-LINK onderzoek in de voorfase gedefinieerd. Nu het project gestart is, gaan deze co-creatieve processen door tijdens de tweemaandelijkse consortiumworkshops waarin de verschillende urgenties worden ter plekke (op locatie van de initiatieven) aangepakt en onderzocht. De kennis van de praktijkpartners speelt een belangrijk rol binnen het onderzoek en de praktijkpartners krijgen de mogelijk om het onderzoek nader vorm te geven tijdens het gehele proces. Per deelproject is er nauwe samenwerking met verschillende partners. Bijvoorbeeld: deelproject 2 is gesitueerd in het Marineterrein en volgt en adviseert in de ontwikkelingsprocessen daar, deelproject 3 heeft al masterclasses gedraaid voor Antea, deelproject 4 adviseert mee in de opstart van de Vinkmobiel-casus en deelproject 6 heeft een businessmodellen seminar ontwikkeld voor de initiatieven. De onderzoekers gaan ook regelmatig op bezoek bij initiatieven in Amsterdam en Groningen.

Het onderzoek van R-LINK kan aansluiten bij de thema’s van city-deals van de Agenda Stad, zoals bij de ‘Voedsel op de Stedelijke Agenda’ City Deal, ‘Social return on investment’, ‘Binnenstedelijk bouwen’ en ‘Klimaatactieve stad, op het moment dat deze tastbaarder zijn en tot echte interventies leiden.

Het R-LINK onderzoek heeft al geleid tot diverse publicaties, nieuwsbrieven, workshops etc. Dit zal ook in de komende jaren worden voorgezet. 
 
DEEL: 

Interviews met SURF'ers

Agenda

Volg ons op twitter