Het gepuzzel rond MaaS

SCRIPTS is het SURF-project dat allerlei verschillende aspecten van MaaS (mobility as a service) uitzoekt: de haalbaarheid en effecten ervan voor wat betreft vraag- en aanbod, het netwerk, de businessmodellen en de governance. Er zijn vijf promovendi en een postdoc aan drie verschillende universiteiten en experimenten in drie verschillende regio’s: Arnhem-Nijmegen, Amsterdam en Eindhoven. Harry Timmermans, hoogleraar Stedebouwkundige Planologie aan de TUE en projectleider: ‘MaaS blijkt nog een flinke puzzel voor alle betrokken partijen – ook bij de opzet van experimenten speelt het mee. En dat is ook precies de puzzel die onze onderzoekers bestuderen.’

MaaS staat voor vraaggestuurde mobiliteit, gecoördineerd en ondersteund door smart applicaties. Gebruikers nemen een abonnement op een bepaalde bundel van vervoersdiensten en kunnen binnen randvoorwaarden flexibel transport regelen. Omdat het MaaS-concept nog maar in enkele steden is geïntroduceerd, is er nog nauwelijks iets bekend over de potentiële vraag naar deze dienstverlening, het gebruik en de effecten ervan, net zomin als over de verschillende businessmodellen en het ondersteunende beleid dat nodig is. SCRIPTS stelt zich als doel meer inzicht te krijgen in deze vragen, onder meer via het volgen van experimenten in regio’s.

Marktpartijen samen aan zet
In elke regio waar een experiment met MaaS wordt opgezet vinden zowel voormetingen als nametingen plaats. Hoeveel mensen gebruiken MaaS? Wie zijn dat? Wat is het effect op de totale bereikbaarheid? We kijken daarbij naar verschillen in doelgroepen en ook in ruimte: wat zijn de gevolgen op stedelijk, suburbaan en regionaal gebied? Ook is er expliciet aandacht voor het organisatieproces achter MaaS. Timmermans: ‘De Hogeschool Arnhem Nijmegen is in ons consortium de specialist op het gebied van samenwerking tussen verschillende partijen – co-creatie. En we bestuderen ook de governance-aspecten en beantwoorden bijvoorbeeld de vraag wat voor consequenties MaaS heeft voor toekomstige concessies voor het openbaar vervoer.’

Experimenten in de maak
De MaaS-experimenten zijn zeer uiteenlopend – ook qua complexiteit, vertelt Timmermans. ‘Eén experiment heeft al plaatsgevonden in de regio Arnhem-Nijmegen. Daar bestaat het Breng Kenniscentrum, waarin verschillende kennis- en praktijkpartijen samenwerken, al enige tijd. Het experiment ging over het toevoegen van een taxi aan een buslijn. We zijn nog bezig met het analyseren van de data en kunnen bijna naar buiten met de resultaten. Maar dit experiment is pas een klein en eenvoudig begin. De meer complexe experimenten moeten allemaal nog starten en pas daar zullen we over de volle breedte van onze zes onderzoeksprojecten conclusies kunnen gaan trekken. Eén zo’n taxi heeft immers nog niet echt grote gevolgen. In Arnhem-Nijmegen worden nu nog twee andere pilots voorbereid, waaronder een met een verbeterde OV-verbinding naar de universiteit en het academisch ziekenhuis.’ Ook in Amsterdam is een pilot in voorbereiding – in dit geval over aansluiting van een bus op het metrosysteem. In Eindhoven komt er een experiment rond Strip S. Dat is het voormalige Philipsterrein waar een woonwijk in hoge dichtheden komt. De vraag is daar welk type mobiliteitspakketten de verschillende typen bewoners aan zal spreken. De verschillende experimenten gaan begin 2018 van start, verwacht Timmermans.

Vernieuwend
MaaS staat bij alle partijen waarmee de onderzoekers samenwerken op de agenda. Timmermans: ‘Ze zijn enthousiast. Iedereen beseft dat we met iets unieks bezig zijn. Er zijn nog niet veel voorbeelden om van te leren. Dit onderstreept ook de urgentie van SCRIPTS. Maar dat het onderwerp zo nieuw is, zorgt dus ook voor vertraging; het is soms wel een worsteling om tot die praktijkexperimenten te komen. Niet alleen wat betreft het precieze concept en de precieze organisatie, maar bijvoorbeeld ook om het zo te regelen dat we er betrouwbare gegevens uit zullen krijgen. Mensen die gebruik maken van MaaS doen dat via bijvoorbeeld een app. Hun gegevens worden ingezameld, want de app moet weten waar die persoon zich bijvoorbeeld bevindt. Het hele reisgedrag wordt in feite bijgehouden, dus daar zit een privacy-kwestie aan vast. En toch willen wij die data heel graag hebben, want die zijn voor ons als basismateriaal veel meer waard dan bijvoorbeeld uitkomsten van enquêtes. Hoe preciezer we het daadwerkelijke gedrag kunnen meten, des te betrouwbaarder worden de uitspraken die we kunnen doen.’

Gepuzzel
Een andere uitdaging voor de onderzoekers is de aansluiting van de praktijkexperimenten op de onderzoeksplannen van de promovendi. ‘Die plannen zijn een tijdje geleden gemaakt en de experimenten komen veelal nu op gang en worden bovendien door de marktpartijen zelf opgezet. Wij denken weliswaar mee, maar we kunnen er niet voor zorgen dat de experimenten één op één passen op de plannen van de promovendi. De promovendi moeten zich dus wel een beetje flexibel kunnen opstellen. Bovendien speelt er nog iets mee. Voor die marktpartijen is MaaS een enorme uitdaging. Ze moeten bijvoorbeeld andere diensten gaan aanbieden en andersoortige investeringen doen dan ze gewend zijn. Hoe moeten hun businessmodellen er precies uit zien?. Dit betekent ook dat het opzetten van de experimenten een flink gepuzzel is – en een tijdrovend proces. Ik zou zelf wensen dat dit allemaal wat sneller ging, want dat zou voor ons onderzoeksproject beter zijn; de promovendi hebben slechts beperkte tijd. De beleidswereld heeft een eigen tempo en logica. Ik begrijp tegelijkertijd die puzzel wel – en dat is natuurlijk ook precies een van onze onderzoeksonderwerpen.’

Veelzijdige onderzoekers
De zes onderzoekers van SCRIPTS moeten dus van alle markten thuis zijn. Ze doen literatuuronderzoek, ontwikkelen theorieën en modellen, en schrijven wetenschappelijke publicaties. Maar dat is niet alles. Timmermans: ‘Ze moeten ook onderling goed kunnen samenwerken. Een eerste heel goede oefening daarin was het schrijven van een gezamenlijke paper over MaaS-onderzoek dat vooraf is gegaan aan ons project. Normaal zien de onderzoekers die aan de TUE, de TUD en de RUN werken elkaar niet zo vaak, maar dankzij die paper en de SURF Academy zijn ze een echt team geworden. Bovendien moeten de onderzoekers meedraaien in de opzet van de experimenten en die ook gaan volgen. Dat betekent overleg met de praktijkpartners, zoals provincies en vervoersbedrijven. Onze onderzoekers zijn geen van allen van Nederlandse afkomst, dus we doen dat in het Engels. Dat gaat soms wat moeizaam. We moeten een beetje roeien met de riemen die we hebben. Maar het lukt!’.

 
DEEL: 

Agenda

Interviews met SURF'ers

Volg ons op twitter