Slimmer fietsen als vliegwiel voor de stad

In het SURF-project Smart Cycling Futures (SCF) staat de fiets, maar ook de stad als geheel centraal. ‘We onderzoeken hoe verschillende innovaties het fietsen een verdere duw kunnen geven. Maar dat niet alleen: ook een gezondere en leefbaardere stad als geheel krijgt een duw – juist door het fietsen,’ vertelt Rob Raven, hoogleraar Instituties en maatschappelijke transities aan de Universiteit Utrecht en leider van het consortium. Hij wordt bijgestaan door Hugo van der Steenhoven, oud-directeur van de Fietsersbond en onafhankelijk ‘fietsadviseur’, die met name de interactie tussen de onderzoekers en de praktijkpartijen coördineert.

Steden en stedelijke regio’s staan voor de uitdaging om leefbaar te blijven en zich duurzaam te ontwikkelen. Met een groeiende stedelijke bevolking is dat een grote uitdaging. Raven: ‘Wij onderzoeken hoe de transitie naar een slimmer fietssysteem daarin een rol kan spelen. 
Stedelijke en regionale beleidsmakers hebben de fiets (her)ontdekt als belangrijk middel in het aantrekkelijker maken van de stad. Ondernemers met slimme fietsinnovaties staan te dringen om aan de slag te gaan met allerlei nieuwe ideeën, zoals deelfietssystemen. Die nieuwe ideeën brengen trouwens ook weer een hun eigen problemen met zich mee... Kijk maar naar wat er met de deelfietsen gebeurt in Amsterdam, waar de gemeente ze nu weer weg wil hebben omdat ze de plaats innemen van fietsers van bewoners, waarvoor al te weinig ruimte is. Als onderzoekers hebben we daar ook oog voor. Arnoud van Waes, een van onze AIO’s, heeft zich actief in het debat daarover gemengd.’

Samenvallende agenda’s
SCF wil nieuwe vormen van samenwerking stimuleren in ‘living labs’ tussen kennisinstellingen, overheid, innovatoren en gebruikers. ‘Zo kunnen we precies volgen wat er gebeurt met die fietsinnovaties,’ vertelt Van der Steenhoven. ‘Voor gemeenten is het nog zoeken naar hun rol bij transities. Veel steden zeggen fietsbeleid belangrijk te vinden, maar de daadwerkelijke politieke en ambtelijke inzet verschilt nogal.’ Momenteel worden living labs door lokale fietstransitie-teams voorbereid in de regio’s Zwolle, Amsterdam, Eindhoven en Utrecht. Raven ziet er nog een andere kant aan naast het verder helpen van de fietstransitie: ‘Ik wil vanuit de innovatiewetenschappelijke invalshoek ook graag begrijpen hoe die living labs leiden tot nieuwe manieren van werken tussen en bij de verschillende partners. Wat werkt wel en wat werkt niet?’

Contextgebonden uitdagingen
Raven en Van der Steenhoven merken de verschillen tussen de regio’s. Raven: ‘In Utrecht werken gemeente, provincie, onderzoekers en andere partijen nauw samen in de voorbereiding van een living lab rond deelfietsen.Experimenten lopen vooral goed als de agenda’s van verschillende partijen mooi samenvallen. Dat is daar zo. In Amsterdam begon het ook goed, maar daar hebben ze dan ineens zo’n deelfietsprobleem dat er tussendoor komt: ondernemers die allemaal tegelijk iets willen, terwijl de stad er niet klaar voor is. Dus dan moet zo’n gemeente snel interveniëren.’ Van der Steenhoven: ‘We zien ook verschillen in de capaciteit die gemeenten kunnen vrijmaken – de prioriteit die ze eraan hechten. Kijk, in Amsterdam is men echt wel doordrongen van het belang van snel acteren rond de fiets, maar in Zwolle gaat het allemaal ietsje langzamer.’ Raven: ‘De thematiek is daar ook heel anders. Het gaat over snelfietsroutes. In Eindhoven is het weer een ander verhaal en liggen er vooral governancevraagstukken. De fietsthematiek gaat door verschillende overheidslagen heen en ook werkgevers zouden erbij betrokken moeten zijn. Maar dat kost nogal wat moeite.’

Theorie en praktijk
De resultaten die SCF zal opleveren zullen allerlei typen observaties en inzichten zijn. Raven: ‘Ook het observeren op zich is een thema. Anna Nikolaeva, Arnoud en ikzelf werken aan een monitoringssystematiek voor living labs. Die zou je uiteindelijk voor allerlei verschillende soorten living labs kunnen gebruiken. Maar we werken ook aan businessmodellen voor bijvoorbeeld deelfietssystemen, waarover Arnoud al heeft gepubliceerd. Samuel Nello en George Liu bestuderen ondertussen de effecten van de ruimtelijke inrichting op de fietsbeleving van gebruikers. En de eerste literatuurstudie van Matthew Bruno laat zien dat gebruikers een grote rol kunnen spelen in het ontwerp en het beleid rond fietsinnovaties. Maar er zit nogal een grote kloof tussen de theorie en de praktijk. Nu is onze vraag: welke van de twee klopt er niet helemaal?’

Handen uit de mouwen
Over de samenwerking met de stedelijke partners zijn Raven en Van der Steenhoven positief. Raven: ‘Daar steken we dan ook erg veel energie in. We zijn eerst begonnen met regionale bijeenkomsten waarop we vooral ons oor te luisteren hebben gelegd. Wat speelde er zowel in het beleid als onder innovatoren? Deze bijeenkomsten werden enigszins tot onze verrassing erg druk bezocht en niet alleen door mensen die al in ons consortium zaten. Ze zagen er kennelijk kansen in, terwijl wij niet meer in de aanbieding hadden dan een gesprek en aandacht. De volgende stap – het opzetten van de daadwerkelijke living labs – is lastiger. Het is voor gemeenten nog zoeken; mensen moeten andere rollen gaan spelen dan ze gewend zijn en handelen zonder beleidsmatige randvoorwaarden. Er wordt dan ook naar ons gekeken alsof wij als onderzoekers maar moeten zeggen hoe het moet. Ik kan dan als onderzoeker wel van alles gaan roepen, maar dat is nu ook weer niet de bedoeling.’ Van der Steenhoven: ‘Het is ook een persoonlijk iets; sommige mensen gaat dit gemakkelijker af. Maar inderdaad wordt er wel het nodige van ons als onderzoeksconsortium verwacht qua organisatie. En dat kost flink wat tijd.’

Vloeibaar
Raven: ‘Wel mooi om te zien is dat de gemeenten door de tijd heen leren. Doordat we nu al even bezig zijn, zien we de ontwikkeling daarin.’ Van der Steenhoven: ‘En ook de maatschappelijke ontwikkelingen zien we voor onze ogen gebeuren. En daar spelen we dan ook meteen op in, zoals bij de deelfietsen.’ Hij heeft ook al een leerpunt. ‘Als je een project als SCF opzet, dan weet je eigenlijk nog niet precies wat voor mensen je nodig hebt. Welke praktijkpartners zijn nou het meest handig? Moet je vooral fietsambtenaren of juist mensen die op managementniveau bezig zijn met de totale ontwikkeling van de stad?’ Raven: ‘Gelukkig schakelt iedereen wel vrij makkelijk. Er is veel vertrouwen in ons consortium, we doen niet te formeel en zo blijft het allemaal een beetje vloeibaar.’

Op 30 november vindt er een grote landelijke SCF-bijeenkomst plaats in Utrecht, in samenwerking met onder meer de Fietscommunity. Meer informatie over SCF en de bijeenkomst is te vinden op de website van Smart Cycling Futures.

 
DEEL: 

Agenda

Interviews met SURF'ers

Volg ons op twitter