Het eigen straatje en de grotere stad

R-LINK doet onderzoek naar zogenoemde CLIUDS, Community-Linked Incremental Urban Developments. CLIUDs verschillen van community gardens tot mobiliteitsprojecten en het anders herontwikkelen van stedelijke gebieden. Centraal in deze stedelijke ontwikkelingen staat de samenwerking tussen lokale partijen, zoals burgers, overheden, kleine of grote bedrijven en NGO’s, in en rondom de stad. Hoe verhouden deze activiteiten zich tot langetermijn- en strategische stedelijke ontwikkeling? Hoe kun je de initiatieven identificeren, indelen en vergelijken met elkaar? Tot welke nieuwe verhoudingen tussen partijen leiden ze? En welke regels werken belemmerend of juist ondersteunend? Wendy Tan, deelprojectleider van R-LINK en werkzaam aan de WUR, vertelt.

‘Als ik uitleg hoe R-LINK in elkaar zit, begin ik altijd met hoe we deze spanningen tussen de individuele en het collectief in de ontwikkelingsproces bekijken vanuit de verschillende deelprojecten. Samen met onze partners zijn we bezig met deze vraag door 14 CLIUDs in Nederland en 18 in het buitenland te identificeren, vergelijken en conceptualiseren, en te kijken hoe wij de lessen naar de praktijk kunnen vertalen. In drie promotieonderzoeken kijken we de verhouding met de strategische en langetermijnkeuzes, naar de juridische mogelijkheden, en naar de rol van de individuen en de groepen binnen het planningsproces.’


Strategisch denken of quick wins?
Binnen het deelproject over strategische planning bestudeert promovenda Lilian van Karnenbeek (WUR) de vraag hoe het zou zijn als de hele ruimtelijke ontwikkeling via CLIUDS zou gaan en wat er zou gebeuren als iedereen zich alleen zou richten op het stukje stad in zijn eigen omgeving. Zouden toekomstdoelen zoals duurzaamheid en coherentie van de leefomgeving verloren gaan? Tan: ‘CLIUDS kunnen tot leuke en creatieve ontwikkelingen leiden, maar ook tot chaos. Op een bepaald schaalniveau is strategisch denken en handelen nodig om een stad in samenhang te bouwen. Lilian werkt dus aan de vraag: hoe verhouden strategische vraagstukken zich tot incrementele gebiedsontwikkeling? Hiermee levert ze een belangrijke bijdrage aan institutionele theorie en vooral institutionele spelregels voor gebiedsontwikkelingen. Lilian volgt de ontwikkeling van het Marineterrein nauw en vanuit de werkvloer als action researcher en maakt veel mee in het ontwikkelingsproces van een uitdagend stuk van de binnenstad van Amsterdam. Haar andere casus is Oosterwold, Almere.’ Lilian’s eerste artikel “Playing by the rules: Analyzing incremental urban developments” is onlangs gepubliceerd in Land Use Policy.

Het belang van simpele middelen
CLIUDs worden gekenmerkt door ongebruikelijke samenwerking tussen burger, overheden en markt. Met nieuwe vormen van relaties en verhoudingen tussen de partijen zijn goede afspraken dus van groot belang. Promovendus Michiel Stapper (UvA) houdt zich bezig met de vraag hoe recht wordt gedaan aan de belangen van CLIUDS in de afspraken die worden gemaakt over de (her-)ontwikkeling van een gebied. Tan: ‘Het gaat als het ware over het ‘contract’ in sociale zin: hoe maak je als overheid afspraken, hoe ga je om met een fenomeen dat eigenlijk niet in het normale straatje past? Hoe zouden we het contract proces kunnen gebruiken om de relatie en beoogde doelen vorm te geven. Michiel heeft onlangs een workshop in de K-buurt van de Bijlmermeer georganiseerd. Daar bleek een problematiek te bestaan die we niet hadden verwacht. De mensen daar hadden wel de tijd en de wil om samen iets te ondernemen, maar niet de juiste apparatuur. Dat moet je in dit geval heel letterlijk nemen: ze hadden gewoon geen pc waarop ze een subsidieaanvraag konden indienen! Ik had niet verwacht dat zoiets zich in Amsterdam kon afspelen, maar kennelijk zijn er ook geen vangnetten of andere voorzieningen meer waar zo’n groep dan gebruik van kan maken. Als onderzoeker werd ik ermee geconfronteerd hoe we soms zonder veel onderzoek te doen ook direct impact kunnen hebben voor de maatschappij.’ Na overleg met consortiumleider Leonie Janssen-Jansen (WUR) heeft R-LINK negen afgeschreven computers namens WUR gedoneerd aan de K-Buurt.’



Zelf ervaring opdoen
Door de initiatieven te volgen, ziet het team van R-LINK ook de hoeveelheid inzet in tijd, energie en passie die nodig is om CLIUDs te laten bestaan en behouden. Dit betekent ook dat de weerbaarheid van CLIUDs vaak afhankelijk is van de mensen achter de CLIUD. Promovenda Kim von Schönfeld kijkt dus naar de rol van individuelen en groepen in CLIUDs met het doel om inzicht te bieden in welke rollen (en combinaties) in welke fase van een CLIUD aanwezig moeten zijn om die te kunnen laten slagen. Zij kijkt onder meer naar de betekenis van sociale innovatie en sociaal leren hierbij. Tan: ‘Kim onderzoekt met name drie projecten in Groningen, waarin ze ook een actieve rol speelt, en ook eentje in Sao Paolo, Brazilië. Een van haar eerste bevindingen is dat er een mythe bestaat over sociale innovatieprojecten op basis van sociaal leren. Deze kan ertoe leiden dat er financiering komt voor steeds innovatievere projecten die lang niet altijd bijdragen aan maatschappelijke ontwikkelingen. Kim heeft al drie artikelen ingediend en nummers 4 en 5 zijn in de maak.’

The usual suspects
Tan: ‘Als we over de mensen achter de CLIUDs nadenken, staat de vraag over legitimiteit van beslissingen centraal. Is er slechts een bepaald type burger hierin bezig? Wat betekent dat dan voor een leefomgeving waarin iedereen hier ook gebruik van kan en moet maken? Je wilt dat iedereen meedoet – je wilt dat de mensen het zelf doen. Maar kun je er als overheid gerust op zijn dat dit in de praktijk ook gebeurt? Want bij veel CLIUDS zie je het bekende beeld: het is het groepje ‘usual suspects’ dat regeert, mensen met genoeg tijd en kennis. In ons HBO-project, geleid door Melika Levelt (HVA) verzamelen we ook alle informatie over de casussen in een grote database volgens een speciaal ontwikkeld protocol. Zo zorgen we ervoor dat we alle casussen op dezelfde manier bekijken en dat we bijvoorbeeld ook de sleutelfiguren op dezelfde manier bevragen. Karijn de Nijs (HVA) en Fabi van Berkel (WUR) werken  hieraan.’

Internationale samenwerking
De groep van onderzoekers breidt zich steeds verder uit, vertelt Tan. ‘Er komen steeds meer internationale onderzoekers bij die ook een relatie hebben met R-LINK. Bijvoorbeeld: wij hebben onlangs samen met University of Copenhagen een beurs gekregen om een reeks onderzoeksseminars over CLIUDs te beginnen. Dit sluit goed aan bij ons overkoepelende deelproject waar de vraag die ten grondslag ligt aan al het andere centraal staat: wat zijn die CLIUDS nu eigenlijk? Hoe kun je dit soort bottom-up initiatieven goed duiden om daarop in te kunnen zetten in beleid? En hoe ligt het hier in vergelijking met het buitenland, bijvoorbeeld in de VS, Engeland, Frankrijk, Brazilië en verder? Die buitenlandse casuïstiek is nu klaar en we dragen ook bij aan een internationaal boek, dat in 2019 uitkomt.’ Om de lessen te kunnen vertalen volgt het deelproject over de vergelijking van de casussen. ‘Wat zien we in de variatie, wat zijn uitzonderingen in ontstaan en groeiproces van deze initiatieven? Welke instrumenten en instituties maken het juist makkelijk of onmogelijk voor een CLIUD?’

Kennis co-creëren en verwachtingen helder krijgen
R-LINK organiseert steeds workshops op locatie om CLIUDS als het ware in de praktijk te bezoeken. Tan: ‘We hebben nu al tien van die workshops georganiseerd. De ene keer zijn we bij een groep waar de overheid het voortouw neemt, de andere keer bij een initiatief dat meer van ondernemerszijde komt. We komen lang niet altijd burgers tegen. Ook is bij lang niet elke CLIUD duidelijk welke verwachtingen de verschillende samenwerkende partijen hebben. Er is een algemeen idee over het goede doel waaraan men werkt – een beetje utopisch soms, vaak in de vorm van een broedplaats. Maar de gemeente moet vaak toch ook actief iets bijdragen, bijvoorbeeld zorgen voor de nodige verzekeringen. Als we sessies doen met het Business Canvas Model van Melika Levelt (HVA) krijg je die wensen en verwachtingen van de verschillende betrokken partijen meestal wel boven water.’ Daarin geef je aan hoe je als groep waarde creëert, levert en behoudt.’ (Bekijk de video met Melika Levelt.)

Rekening houden met vrijwilligers
De workshops zijn niet alleen bedoeld om kennis op te doen, legt Tan uit. ‘We verspreiden ook kennis. We proberen altijd in te spelen op vragen die er lokaal leven. We bereiden de workshop voor met de teams achter de initiatieven. Vaak hebben ze vragen die gaan over het toekomstperspectief: kunnen we als CLIUD nog wel voortbestaan op langere termijn? Dat speelt op veel plekken nu de markt weer is aangetrokken en er belangstelling bestaat om allerlei overschietende terreinen te ontwikkelen. CLIUDS willen ook niet altijd teveel afhankelijk zijn van gemeenten, die aan de ene kant het maatschappelijk initiatief omarmen, maar de marktontwikkelingen ook niet in de hand hebben.’ Een bijzonder punt van aandacht bij de omgang met de CLIUDS is het besef dat er veelal vooral vrijwilligers werken. ‘Mensen doen het ‘ernaast’ en moeten niet alleen met ons praten, maar ook met de gemeente en andere lokale instanties. Ze zitten ook wel eens aan hun tax. Dat is voor ons belangrijk om rekening mee te houden. We moeten onze ontmoetingen met hen dus goed efficiënt organiseren en het hen zo makkelijk mogelijk maken om met ons samen te werken.’

Samenspel
R-LINK heeft heel bewust gekozen voor CLIUDS die variëren voor wat betreft domeinen, fases en schaalniveaus. ‘Zo krijgen we een breed beeld. We volgen ze vijf jaar. Daarin gaat er wel eens een CLIUD teloor. Dat is heel sneu maar voor ons ook heel interessant. Want dan kunnen we kijken waar dat dan aan lag. Ook interessant is dat we in één stad zowel zo’n K-buurt-casus hebben als het Marineterrein. Dat zijn wel heel verschillende kanten van het spectrum! In alle gevallen gaat het om het behoud van de leefbaarheid en de identiteit. De kern is altijd het samenspel van de  verschillende betrokken partijen.’ Samenspel is ook een kern van R-LINK zelf. ‘We hebben een groot consortium waarin we zoveel mogelijk samen optrekken. We nemen de tijd om vertrouwensrelaties op te bouwen. Ons consortium breidt trouwens nog steeds uit. We hebben twee nieuwe Groningse partners erbij. Er is ook veel buitenlandse belangstelling voor ons project momenteel. Maar ja, onze tijd en energie is beperkt, dus we moeten soms wel keuzes maken.’
 
DEEL: 

Agenda

Interviews met SURF'ers

Volg ons op twitter